Stichting Insolventie Nederland

Uncategorized

Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement

Bent u erbij gelapt door een bedrijf? Of vreest u juist zelf aansprakelijk te worden gehouden wegens uw bestuursfunctie? Dit artikel zal op neutrale toon de gronden voor en gevolgen van bestuurdersaansprakelijkheid behandelen. Er moet voor wat betreft de gronden een onderscheid worden gemaakt tussen aansprakelijkheid in en buiten faillissement. Bij aansprakelijkheid in faillissement speelt de boekhouding een grote rol. Dat laat zich als volgt illustreren. Gaat een bedrijf failliet waarvan al jaren geen jaarrekening is gedeponeerd, dan zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. Dit is anders wanneer zij in rechte aannemelijk maken dat het verzuimen de stukken te deponeren geen belangrijke oorzaak van het faillissement was. In de praktijk is dit haast onmogelijk te bewijzen.

Bestuurdersaansprakelijkheid buiten faillissement

Is er geen sprake van een faillissement, dan is het niettemin mogelijk  een bestuurder van een vennootschap aansprakelijk te houden voor wanbestuur. De grond die de wet hiervoor noemt is ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’. Deze grond kan echter alleen door de rechtspersoon zelf worden ingeroepen. Te denken valt dan aan de bestuurder die er met de inhoud van de kas vandoor is gegaan. Ook derden, zoals handelaren van de vennootschap, kunnen echter een bestuurder in privé aanspreken. Dit kan wanneer de bestuurder een betalingstoezegging heeft gedaan waarvan hij wist of behoorde te weten dat de vennootschap die verplichting niet kon nakomen. Dan moet u denken aan een bestuurder die een veel te forse lening aangaat, terwijl het om een bedrijf met een klein kapitaal gaat. De persoon wiens lening ‘verdampt’ (of vaker: het bedrijf dat de lening heeft verstrekt) kan dan tegen de bestuurder ageren.

Aansprakelijkheid voor feitelijke leidinggevers

Niet altijd is de bestuurder of zijn de bestuurders de werkelijke ‘beslissers’ in de vennootschap. Vaak genoeg komt het voor dat er een externe partij is die toch het beleid bepaalt. Ook deze feitelijk leidinggevers kunnen op grond van de wet worden aangesproken. Dat betekent dat zij zich niet kunnen verschuilen achter het feit dat zij geen formeel bestuurder van de betrokken vennootschap zijn in het geval zij onbehoorlijk besturen.